|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Tempel, huis des Heren
Letterlijk het huis van de Heer. De Heer heeft zijn volk altijd geboden om tempels te bouwen, heilige gebouwen waar de heiligen die het waardig zijn, heilige ceremonieën en verordeningen van het evangelie voor zichzelf en voor de doden verrichten. De Heer bezoekt zijn tempels, de heiligste van alle plaatsen waar wij de Heer aanbidden.
De tabernakel die Mozes en de kinderen van Israël gemaakt hebben, was een draagbare tempel die zij gebruikten na hun uittocht uit Egypte.
De tempel waarvan in de Bijbel het meest gewag wordt gemaakt, is de tempel die Salomo in Jeruzalem heeft gebouwd (2 Kron. 2–5). Hij werd in 600 v.C. verwoest door de Babyloniërs, maar een kleine honderd jaar later herbouwd door Zerubbabel (Ezra 1–6). Deze tempel, die in 37 v.C. gedeeltelijk afbrandde, werd later gerestaureerd door Herodes de Grote. De uiteindelijke verwoesting van de tempel door de Romeinen vond plaats in 70 n.C.
In het Boek van Mormon werden de rechtvaardige volgelingen van God ertoe geleid om tempels te bouwen en daar de Heer te aanbidden ( 2 Ne. 5:16; Mos. 1:18; 3 Ne. 11:1). Het bouwen van tempels en een juist gebruik ervan zijn tekenen van de ware kerk in iedere bedeling, met inbegrip van de herstelde kerk in onze tijd. De Kirtlandtempel was de eerste tempel die in deze bedeling werd gebouwd en aan de Heer gewijd. Sindsdien zijn er in vele landen over de gehele wereld tempels ingewijd.
Wie mag staan in zijn heilige stede? Ps. 24:3–5. Laten wij opgaan naar het huis van de God Jakobs, Jes. 2:2–3 (Micha 4:1–2; 2 Ne. 12:2–3). De Heer zal plotseling tot zijn tempel komen, Mal. 3:1 ( 3 Ne. 24:1; LV 36:8; 42:36). Jezus reinigt de tempel, Matt. 21:12–16 (Marc. 11:15–18; Luc. 19:45–48). De heiligen geboden een tempel te bouwen in Missouri, LV 57:3 ( LV 84:3–5). Vestigt een huis van God, LV 88:119 ( LV 109:8). De Heer kastijdt de heiligen omdat zij geen tempel hebben gebouwd, LV 95:1–12. Ik zal geen onheilige tempels binnengaan, LV 97:15–17. Ik heb dit huis aanvaard, en hier zal mijn naam zijn, LV 110:7–8. Het volk van de Heer wordt altijd geboden een huis voor zijn naam te bouwen, LV 124:39. Het grote werk dat in de tempels moet worden verricht, omvat de verzegeling van kinderen aan hun ouders, LV 138:47–48. Het grootse werk der laatste dagen omvat de bouw van tempels, LV 138:53–54.
|