De geest van erbarmen, tederheid en vergevensgezindheid. Barmhartigheid is een van Gods eigenschappen. Jezus Christus biedt ons barmhartigheid door zijn zoenoffer.
De Heer is barmhartig en genadig,
Ex. 34:6 (Deut. 4:31). Want zijn barmhartigheid is tot in eeuwigheid,
1 Kron. 16:34. Heil en goedertierenheid zullen mij volgen,
Ps. 23:6. Welzalig hij, die zich ontfermt over de ellendigen,
Spr. 14:21. Want in barmhartigheid heb Ik behagen en niet in slachtoffer,
Hos. 6:6. Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,
Matt. 5:7 (
3 Ne. 12:7). Wee de huichelaars die tienden betalen en het gewichtigste van de wet verwaarlozen: het oordeel en de barmhartigheid en de trouw,
Matt. 23:23. Wees barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is,
Luc. 6:36. Niet om werken der gerechtigheid heeft Hij ons gered, doch naar zijn ontferming,
Titus 3:5. De tedere barmhartigheid van de Heer strekt zich uit over allen,
1 Ne. 1:20. De barmhartigheid kan geen aanspraak maken op hem die zich niet bekeert,
Mos. 2:38–39. God is barmhartig jegens allen die in zijn naam geloven,
Alma 32:22. Barmhartigheid kan de eisen van de gerechtigheid bevredigen,
Alma 34:16. Denkt gij dat de barmhartigheid de gerechtigheid kan beroven?
Alma 42:25 (
Alma 42:13–25). Kleine kinderen zijn allen levend in Christus wegens zijn barmhartigheid,
Mro. 8:19–20 (
LV 29:46). Jezus Christus’ arm van barmhartigheid heeft uw zonden verzoend,
LV 29:1. Krachtens het bloed dat Ik vergoten heb, heb Ik bij de Vader gepleit voor hen die geloven in mijn naam,
LV 38:4. Wie het verbond zijn nagekomen, zullen barmhartigheid verkrijgen,
LV 54:6. Ik, de Heer, vergeef zonden en ben barmhartig jegens hen die hun zonden met een ootmoedig hart belijden,
LV 61:2. Ik, de Heer, bewijs barmhartigheid aan alle zachtmoedigen,
LV 97:2. En wie u ontvangt als een klein kind, verkrijgt mijn koninkrijk, want zij zullen barmhartigheid ontvangen,
LV 99:3. Barmhartigheid zal voor uw aangezicht uitgaan,
Moz. 7:31.