Een bewust besluit om onze gedachten, ons hart en ons leven zodanig te veranderen dat ze in overeenstemming zijn met de wil van God (Hand. 3:19).
Doet uw boze daden weg; houdt op kwaad te doen,
Jes. 1:16. Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen,
Ez. 18:30–31. Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen,
Matt. 3:2. Mensen moeten zich bekeren en als een kind worden,
Matt. 18:3 (
Mos. 3:19). Er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert,
Luc. 15:7. Als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen,
Luc. 22:32. Wie zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen,
Hand. 2:37–41. God gebiedt allen overal om tot bekering te komen,
Hand. 17:30 (
2 Ne. 9:23;
3 Ne. 11:31–40;
LV 133:16). De droefheid naar Gods wil brengt inkeer tot heil,
2 Kor. 7:10. Breng de zondaar van zijn dwaalweg terug,
Jak. 5:20. Enos bekeerd,
Enos 1:2–5. De Geest van de almachtige Heer heeft een grote verandering in ons hart teweeggebracht, waardoor wij niet meer geneigd zijn om kwaad te doen,
Mos. 5:2 (
Alma 5:12–14). Als hij zijn zonden belijdt en zich bekeert, zult gij hem vergeven,
Mos. 26:29. Het gehele mensdom moet worden wedergeboren, ja, geboren uit God,
Mos. 27:25. Alma en de zonen van Mosiah komen tot bekering,
Mos. 27:33–35. Na Alma’s prediking, begonnen velen zich te bekeren,
Alma 14:1. Lamoni’s vader wordt bekeerd,
Alma 22:15–18. Stel de dag van uw bekering niet uit,
Alma 34:33. Alma getuigt tot Helaman van zijn bekering,
Alma 36 (
Mos. 27:8–32). Bekering kon de mens niet ten deel vallen tenzij er een straf was,
Alma 42:16. Laten uw zonden u verontrusten met die onrust die tot bekering voert,
Alma 42:29. Door de macht en het woord van God waren zij tot de Heer bekeerd,
Alma 53:10. Bekering brengt een verandering van hart,
Hel. 15:7. Allen die zich bekeerden, maakten waarlijk bekend dat zij waren bezocht door de macht en de Geest Gods,
3 Ne. 7:21. Wegens hun geloof in Christus ten tijde van hun bekering werden zij gedoopt met vuur en met de Heilige Geest,
3 Ne. 9:20. Gij zult Mij als offer een gebroken hart en een verslagen geest brengen,
3 Ne. 9:20. Wie zich bekeert en als een klein kind tot Mij komt, die zal Ik aannemen,
3 Ne. 9:22. Bekeert u, al gij einden der aarde,
3 Ne. 27:20. Zo dikwijls als zij zich bekeerden, ontvingen zij vergeving,
Mro. 6:8. Spreek enkel over bekering tot dit geslacht,
LV 6:9 (
LV 11:9). Hoe groot is zijn vreugde over de ziel die zich bekeert,
LV 18:13. Ieder mens moet zich bekeren of lijden,
LV 19:4. Wie zondigt en zich niet bekeert, zal uitgeworpen worden,
LV 42:28. Zij zullen uitgaan en bekering prediken, en velen zullen worden bekeerd,
LV 44:3–4. Wie zijn zonden belijdt en verzaakt, ontvangt vergeving,
LV 58:42–43. De doden die zich bekeren, zullen worden verlost,
LV 138:58. Wij geloven in bekering,
Art. 1:4.