De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Bekeren (Zich), Bekering
Een bewust besluit om onze gedachten, ons hart en ons leven zodanig te veranderen dat ze in overeenstemming zijn met de wil van God (Hand. 3:19).
Bekering impliceert dat iemand zich afwendt van het kwade en zijn hart en wil tot God wendt, zich voegt naar Gods geboden en wensen en de zonde verzaakt om een discipel van Christus te worden. Ware bekering komt voort uit liefde voor God en een oprecht verlangen om zijn geboden te bewaren. De doop tot vergeving van zonden, het ontvangen van de Heilige Geest door handoplegging en aanhoudend geloof in de Heer Jezus Christus maken het bekeringsproces compleet. Allen die toerekeningsvatbaar zijn, hebben gezondigd en moeten zich bekeren om mettertijd het heil te kunnen verkrijgen. Alleen door de verzoening van Jezus Christus kan onze bekering van kracht worden en door God worden aanvaard. De natuurlijke mens zal worden veranderd in een nieuw persoon die geheiligd en rein is, in Christus wedergeboren (2 Kor. 5:17; Mos. 3:19).
Doet uw boze daden weg; houdt op kwaad te doen, Jes. 1:16. Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen, Ez. 18:30–31. Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen, Matt. 3:2. Mensen moeten zich bekeren en als een kind worden, Matt. 18:3 (Mos. 3:19). Er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert, Luc. 15:7. Als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen, Luc. 22:32. Wie zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen, Hand. 2:37–41. God gebiedt allen overal om tot bekering te komen, Hand. 17:30 (2 Ne. 9:23; 3 Ne. 11:31–40; LV 133:16). De droefheid naar Gods wil brengt inkeer tot heil, 2 Kor. 7:10. Breng de zondaar van zijn dwaalweg terug, Jak. 5:20. Enos bekeerd, Enos 1:2–5. De Geest van de almachtige Heer heeft een grote verandering in ons hart teweeggebracht, waardoor wij niet meer geneigd zijn om kwaad te doen, Mos. 5:2 (Alma 5:12–14). Als hij zijn zonden belijdt en zich bekeert, zult gij hem vergeven, Mos. 26:29. Het gehele mensdom moet worden wedergeboren, ja, geboren uit God, Mos. 27:25. Alma en de zonen van Mosiah komen tot bekering, Mos. 27:33–35. Na Alma’s prediking, begonnen velen zich te bekeren, Alma 14:1. Lamoni’s vader wordt bekeerd, Alma 22:15–18. Stel de dag van uw bekering niet uit, Alma 34:33. Alma getuigt tot Helaman van zijn bekering, Alma 36 (Mos. 27:8–32). Bekering kon de mens niet ten deel vallen tenzij er een straf was, Alma 42:16. Laten uw zonden u verontrusten met die onrust die tot bekering voert, Alma 42:29. Door de macht en het woord van God waren zij tot de Heer bekeerd, Alma 53:10. Bekering brengt een verandering van hart, Hel. 15:7. Allen die zich bekeerden, maakten waarlijk bekend dat zij waren bezocht door de macht en de Geest Gods, 3 Ne. 7:21. Wegens hun geloof in Christus ten tijde van hun bekering werden zij gedoopt met vuur en met de Heilige Geest, 3 Ne. 9:20. Gij zult Mij als offer een gebroken hart en een verslagen geest brengen, 3 Ne. 9:20. Wie zich bekeert en als een klein kind tot Mij komt, die zal Ik aannemen, 3 Ne. 9:22. Bekeert u, al gij einden der aarde, 3 Ne. 27:20. Zo dikwijls als zij zich bekeerden, ontvingen zij vergeving, Mro. 6:8. Spreek enkel over bekering tot dit geslacht, LV 6:9 (LV 11:9). Hoe groot is zijn vreugde over de ziel die zich bekeert, LV 18:13. Ieder mens moet zich bekeren of lijden, LV 19:4. Wie zondigt en zich niet bekeert, zal uitgeworpen worden, LV 42:28. Zij zullen uitgaan en bekering prediken, en velen zullen worden bekeerd, LV 44:3–4. Wie zijn zonden belijdt en verzaakt, ontvangt vergeving, LV 58:42–43. De doden die zich bekeren, zullen worden verlost, LV 138:58. Wij geloven in bekering, Art. 1:4.