De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Schriften, Schriftuur
De woorden die heilige mannen van God hebben geschreven en gesproken, gedreven door de Heilige Geest. De boeken die de kerk erkent als heilige Schriftuur zijn de Bijbel, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van grote waarde. Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament beschouwden de boeken van het Oude Testament als Schriftuur (Matt. 22:29; Joh. 5:39; 2 Tim. 3:15; 2 Pet. 1:20–21).
Was ons hart niet brandende in ons terwijl Hij ons de Schriften opende? Luc. 24:32. Onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het welke van Mij getuigen, Joh. 5:39. Christus’ woorden zullen u alle dingen zeggen die gij behoort te doen, 2 Ne. 32:3. Wie ertoe worden gebracht de heilige Schriften te geloven, zijn onwrikbaar en standvastig in het geloof, Hel. 15:7–8. De mensen dwalen doordat zij de Schriften verdraaien en ze niet begrijpen, LV 10:63. Deze woorden zijn niet van mensen, noch van een mens, maar van Mij, LV 18:34–36. De verschijning van het Boek van Mormon is voor de wereld een bewijs dat de Schriften waar zijn, LV 20:2, 8–12. Wijd uw tijd aan de bestudering van de Schriften, LV 26:1. De Schriften zijn gegeven om de heiligen te onderrichten, LV 33:16. De Schriften zijn gegeven tot heil van de uitverkorenen, LV 35:20. Onderricht in de beginselen van mijn evangelie die in de Bijbel en in het Boek van Mormon staan, LV 42:12. Mijn wetten aangaande deze dingen zijn in mijn Schriften gegeven, LV 42:28. Alles wat zij gedreven door de Heilige Geest spreken, zal Schriftuur zijn, LV 68:4.
Verloren Schriften: In de Schriften wordt verwezen naar heilige geschriften die op dit moment niet in ons bezit zijn. De volgende boeken en schrijvers worden onder andere genoemd: het boek des verbonds (Ex. 24:7); het boek van de oorlogen des Heren (Num. 21:14); het Boek des Oprechten (Jozua 10:13; 2 Sam. 1:18); het boek der geschiedenis van Salomo (1 Kon. 11:41); de geschiedenis van de ziener Samuël (1 Kron. 29:29); de geschiedenis van de profeet Natan (2 Kron. 9:29); de geschiedenis van de profeet Semaja (2 Kron. 12:15); de Uitlegging van de profeet Iddo (2 Kron. 13:22); de geschiedenis van Jehu (2 Kron. 20:34); de Woorden der zieners (2 Kron. 33:19); Henoch (Judas 1:14); de woorden van Zenock, Neüm en Zenos (1 Ne. 19:10); Zenos (Jakob 5:1); Zenock en Ezias (Hel. 8:20); een gedenkboek (Moz. 6:5); en zendbrieven aan de Korintiërs (1 Kor. 5:9), aan de Efeziërs (Ef. 3:3), en uit Laodicea (Kol. 4:16).
De Schriften moeten worden bewaard: Wij moeten deze kronieken verkrijgen om de woorden die de profeten hebben gesproken te kunnen bewaren, 1 Ne. 3:19–20. Ik moest deze platen bewaren, Jakob 1:3. Deze dingen zijn door de hand Gods behoed en bewaard, Mos. 1:5. Let erop dat u zorg draagt voor deze heilige zaken, Alma 37:47. De Schriften moeten veilig worden bewaard, LV 42:56. Ik moest mij er geheel op toeleggen ze veilig te bewaren, GJS 1:59.
Waarde van de Schriften: Gij zult deze wet ten aanhoren van geheel Israël voorlezen, Deut. 31:10–13. Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, Jozua 1:8. De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel, Ps. 19:8. Uw woord is een lamp voor mijn voet, Ps. 119:105. De Schriften getuigen van Mij, Joh. 5:39. Elk van God ingegeven schriftwoord is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 2 Tim. 3:15–16. Ik paste alle Schriften op onszelf toe opdat zij ons tot nut en lering zouden strekken, 1 Ne. 19:23. Mijn ziel verlustigt zich in de Schriften, 2 Ne. 4:15–16. Wij arbeiden ijverig om te schrijven, teneinde onze kinderen, en ook onze broeders, ertoe te bewegen in Christus te geloven, 2 Ne. 25:23. Zij onderzochten de Schriften en gaven geen gehoor meer aan de woorden van die goddeloze man, Jakob 7:23 (Alma 14:1). Als deze platen er niet waren geweest, hadden wij in onwetendheid moeten blijven, Mos. 1:2–7. Zij hadden de Schriften zorgvuldig onderzocht om het woord Gods te leren kennen, Alma 17:2–3. De Schriften worden bewaard om zielen te redden, Alma 37:1–19 (2 Ne. 3:15). Het woord Gods is de volgeling van Christus tot leiding, Hel. 3:29. Wat zij gedreven door de Heilige Geest spreken, zal Schriftuur zijn en de macht Gods tot behoudenis, LV 68:4. Druk de volheid van mijn Schriften met de bedoeling mijn kerk op te bouwen en mijn volk voor te bereiden, LV 104:58–59. Wie mijn woord als een schat bewaart, zal niet worden verleid, MJS 1:37.
Het tevoorschijn komen van Schriftuur geprofeteerd: Jesaja voorspelt het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon, Jes. 29:11–14. Neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda, Ez. 37:15–20. Andere boeken zullen tevoorschijn komen, 1 Ne. 13:39. Gij behoeft niet te veronderstellen dat de Bijbel al mijn woorden bevat, 2 Ne. 29:10–14. Grijp het evangelie van Christus aan dat u wordt voorgelegd in de kronieken die tot u zullen komen, Mrm. 7:8–9. Gezegend is hij die deze kroniek aan het licht brengt, Mrm. 8:16. Schrijf deze dingen op en in de door Mij bestemde tijd zal Ik ze tonen, Ether 3:27 (Ether 4:7). Wij geloven dat Hij nog vele dingen zal openbaren, Art. 1:9.