Formeren, organiseren. Door middel van zijn Zoon, Jezus Christus, organiseerde God de elementen in de natuur om de aarde te formeren. God de Vader en Jezus hebben de mens naar hun eigen beeld geschapen (
Moz. 2:26–27).
In den beginne schiep God de hemel en de aarde,
Gen. 1:1. Laat Ons mensen maken naar ons beeld,
Gen. 1:26 (
Moz. 2:26–27;
Abr. 4:26). Alle dingen zijn door Hem geworden,
Joh. 1:3, 10. In Hem zijn alle dingen geschapen,
Kol. 1:16 (
Mos. 3:8;
Hel. 14:12). God heeft de wereld geschapen door zijn Zoon,
Hebr. 1:2. De mens in het begin geschapen,
Mos. 7:27. Ik heb de hemelen en de aarde en alles wat daarin is, geschapen,
3 Ne. 9:15 (
Mrm. 9:11, 17). Alle mensen zijn in het begin naar mijn beeld geschapen,
Ether 3:15. Jezus Christus schiep de hemelen en de aarde,
LV 14:9. Hij schiep man en vrouw naar zijn eigen beeld,
LV 20:18. Ontelbare werelden heb Ik geschapen,
Moz. 1:33. Door mijn Eniggeborene heb Ik de hemel geschapen,
Moz. 2:1. Ik, de Here God, heb alles geestelijk geschapen, eer het in zijn natuurlijke staat op de aardbodem was,
Moz. 3:5. Miljoenen aarden zoals deze zouden nog geen begin vormen van het aantal van uw scheppingen,
Moz. 7:30. De Goden organiseerden en vormden de hemelen,
Abr. 4:1.