Hun zalving zal voor hen een altoosdurend priesterschap zijn,
Ex. 40:15 (Num. 25:13). Ik heb u aangewezen,
Joh. 15:16. Laat u als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen,
1 Pet. 2:5. Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap,
1 Pet. 2:9 (Ex. 19:6). Mannen worden als hogepriester geroepen wegens hun buitengewone geloof en goede werken,
Alma 13:1–12. Ik geef u de macht om te dopen,
3 Ne. 11:21. Gij zult de macht hebben om de Heilige Geest te geven,
Mro. 2:2. Ik zal u het priesterschap openbaren door de hand van Elia,
LV 2:1 (
GJS 1:38). De Heer bevestigde ook een priesterschap op Aäron en zijn nakomelingen,
LV 84:18. Dit grotere priesterschap bedient het evangelie,
LV 84:19. Hij nam Mozes uit hun midden, en ook het heilig priesterschap,
LV 84:25. De eed en het verbond van het priesterschap,
LV 84:33–42. Het priesterschap is blijven bestaan door de lijn van uw vaderen,
LV 86:8. Er zijn twee priesterschappen in de kerk,
LV 107:1. Het eerste priesterschap is het heilig priesterschap naar de orde van de Zoon van God,
LV 107:2–4. De rechten van het priesterschap zijn onafscheidelijk verbonden met de machten des hemels,
LV 121:36. Geen macht of invloed kan of dient krachtens het priesterschap te worden gehandhaafd behalve door overreding enz.
LV 121:41. Ieder getrouw, daartoe waardig mannelijk lid van de kerk mag het heilig priesterschap ontvangen,
LV OV 2. Wij geloven dat iemand van Godswege moet worden geroepen,
Art. 1:5.