|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Paulus
Een apostel uit het Nieuwe Testament. Paulus’ Hebreeuwse naam was Saulus, onder welke naam hij bekend was tot het begin van zijn zending onder de andere volken. Totdat hij, na een visioen van Jezus Christus te hebben gezien, tot de waarheid werd bekeerd, had hij de kerk vervolgd. Paulus maakte drie grote zendingsreizen en schreef vele brieven aan de heiligen. Veertien van die brieven vormen een onderdeel van het huidige Nieuwe Testament. Hij werd uiteindelijk als gevangene naar Rome gevoerd en ter dood gebracht, vermoedelijk in het voorjaar van het jaar 65 n.C.
Stemt in met de steniging van Stefanus, Hand. 7:57–8:1. Vervolgt de heiligen, Hand. 8:3. Op weg naar Damascus verschijnt Jezus aan hem, Hand. 9:1–9. Wordt gedoopt door Ananias, Hand. 9:10–18. Vertrekt naar Arabië alvorens naar Damascus terug te keren en het evangelie te verkondigen, Hand. 9:19–25 (Gal. 1:17). Keert drie jaar na zijn bekering terug naar Jeruzalem, Hand. 9:26–30 (Gal. 1:18–19). Maakt drie zendingsreizen waarbij hij het evangelie predikt en in verschillende delen van het Romeinse Rijk gemeenten van de kerk sticht, Hand. 13:1–14:26; 15:36–18:22; 18:23–21:15. Bij zijn terugkeer in Jeruzalem na zijn derde zendingsreis, wordt hij gearresteerd en naar Caesarea gestuurd, Hand. 21:7–23:35. Wordt in Caesarea twee jaar lang gevangen gehouden, Hand. 24:1–26:32. Lijdt schipbreuk onderweg naar Rome om daar terecht te staan, Hand. 27:1–28:11.
|