|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Noach, aartsvader uit de Bijbel
De zoon van Lamech uit het Oude Testament, de tiende aartsvader vanaf Adam (Gen. 5:29–32). Hij getuigt van Christus en predikt bekering tot een verdorven geslacht. Wanneer de mensen zijn boodschap verwerpen, gebiedt God hem een ark te bouwen om zijn gezin en de dieren veilig te houden wanneer de aarde wordt overstroomd ter verdelging van de goddelozen (Gen. 6:13–22; Moz. 8:16–30). De profeet Joseph Smith leerde dat Noach de engel Gabriël is, die na Adam de sleutels van het heil draagt.
Hij en zijn zonen Sem, Cham en Jafet, en hun vrouwen, worden gered wanneer zij op Gods gebod een ark bouwen, Gen. 6–8 (Hebr. 11:7; 1 Pet. 3:20). De Heer vernieuwt met Noach het verbond dat Hij met Henoch had gesloten, Gen. 9:1–17 ( Moz. 7:49–52; BJS, Gen. 9:15, 21–25). Noach wordt op tienjarige leeftijd door Metuselach tot het priesterschap geordend, LV 107:52. De mensen trachten hem van het leven te beroven, maar de macht van God redt hem, Moz. 8:18. Hij wordt een prediker der gerechtigheid en leert de mensen het evangelie van Jezus Christus, Moz. 8:19, 23–24 (2 Pet. 2:5).
|