Een profeet uit het Oude Testament die de Israëlieten uit de Egyptische slavernij voerde en hun godsdienstige, maatschappelijke en voedingswetten gaf, zoals die hem door God waren geopenbaard.
Wordt gered door de dochter van Farao,
Ex. 2:1–10. Vlucht naar Midjan,
Ex. 2:11–22. De engel des Heren verschijnt aan hem in een brandende braamstruik,
Ex. 3:1–15. Kondigt de plagen aan die de Egyptenaren zullen treffen,
Ex. 7–11. De Heer stelt het Pascha in,
Ex. 12:1–30. Voert de kinderen van Israël door de Schelfzee (Rode Zee),
Ex. 14:5–31. De Heer stuurt het manna in de woestijn,
Ex. 16. Slaat op de rots bij Horeb en er stroomt water uit,
Ex. 17:1–7. Aäron en Chur ondersteunen zijn handen zodat Jozua Amalek overwint,
Ex. 17:8–16. Jetro geeft hem raad,
Ex. 18:13–26. Bereidt het volk voor op de verschijning van de Heer op de berg Sinai,
Ex. 19. De Heer openbaart hem de tien geboden,
Ex. 20:1–17. Ziet God samen met zeventig van de oudsten,
Ex. 24:9–11. Verbrijzelt de tafelen der getuigenis en vernietigt het gouden kalf,
Ex. 32:19–20. Spreekt met de Heer van aangezicht tot aangezicht,
Ex. 33:9–11. Verschijnt bij Jezus’ gedaanteverandering,
Matt. 17:1–13 (Marc. 9:2–13; Luc. 9:28–36). Laten wij zo sterk zijn als Mozes,
1 Ne. 4:2. Christus is de profeet zoals Mozes, die de Heer zou doen opstaan,
1 Ne. 22:20–21 (Deut. 18:15;
3 Ne. 20:23). Leidde Israël door openbaring,
LV 8:3. Is gezien onder de edele geesten
, LV 138:41. Ziet God van aangezicht tot aangezicht,
Moz. 1:2, 31. Is naar de gelijkenis van de Eniggeborene,
Moz. 1:6, 13. Moet schrijven wat hem werd geopenbaard over de schepping,
Moz. 2:1.
In hoofdstuk 1 staat het verslag van een visioen waarin Mozes God ziet, die hem het gehele heilsplan openbaart. In de hoofdstukken 2–5 staat het verslag van de schepping en de val van de mens. De hoofdstukken 6–7 bevatten een visioen over Henoch en zijn bediening op aarde. Hoofdstuk 8 bevat een visioen over Noach en de grote watervloed.