Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden,
Gen. 9:6 (BJS, Gen. 9:12–13; Ex. 21:12;
Alma 34:12). Gij zult niet doodslaan,
Ex. 20:13 (Deut. 5:17; Matt. 5:21–22;
Mos. 13:21;
LV 59:6). Jezus zei: Gij zult niet doodslaan,
Matt. 19:18. Het deel van de moordenaars is de tweede dood,
Op. 21:8. Gij zijt in uw hart moordenaars,
1 Ne. 17:44. Wee de moordenaar die met voorbedachten rade doodt,
2 Ne. 9:35. God heeft de mensen geboden niet te moorden,
2 Ne. 26:32. Moord is de Heer een gruwel,
Alma 39:5–6. Wie doodt, zal geen vergeving ontvangen,
LV 42:18. Wie doodt, moet worden overgeleverd aan de wetten van het land,
LV 42:79.