De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Misleiden, misleiding
Zie ook Bedrog; Liegen
In de Schriften betekent misleiden iemand iets doen geloven wat niet waar is.
Wie niet bedrieglijk zweert, zal de berg des Heren beklimmen, Ps. 24:4. Verlos mij van de misleider, Ps. 43:1. Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad, Jes. 5:20 (2 Ne. 15:20). Laat niemand zichzelf misleiden! 1 Kor. 3:18. Laat niemand u misleiden met drogredenen, Ef. 5:6. Slechte mensen en bedriegers misleiden en worden misleid, 2 Tim. 3:13. Satan, die de gehele wereld misleidt, werd op de aarde geworpen, Op. 12:9. Satan gebonden, opdat hij de volkeren niet meer zou misleiden, Op. 20:1–3. De Heer kan niet worden misleid, 2 Ne. 9:41. Indien gij de Zoon volgt, zonder bedrog voor het aangezicht van God, ontvangt gij de Heilige Geest, 2 Ne. 31:13. Sherem geeft toe dat hij was misleid door de macht van de duivel, Jakob 7:18. Het volk van koning Noach werd misleid door vleiende woorden, Mos. 11:7. Wie wijs zijn, hebben de Heilige Geest tot gids genomen en zijn niet misleid, LV 45:57. Wee hun die bedriegers zijn, LV 50:6. Hij werd Satan, de vader van alle leugen, om de mensen te misleiden en te verblinden, Moz. 4:4.