|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Mens
Wijst op het gehele mensdom, zowel mannelijk als vrouwelijk. Alle mannen en vrouwen zijn de letterlijke geestkinderen van een hemelse Vader. Bij hun geboorte op aarde ontvangen zij een fysiek, sterfelijk lichaam, dat geschapen is naar het beeld van God (Gen. 1:26–27). Allen die getrouw zijn in het ontvangen van de noodzakelijke verordeningen, het nakomen van hun verbonden en het bewaren van Gods geboden, zullen hun verhoging ontvangen en worden zoals God.
God schiep de mens naar zijn eigen beeld, Gen. 1:27 ( Mos. 7:27; LV 20:17–18). Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt? Ps. 8:4–5. Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, Jer. 17:5 ( 2 Ne. 4:34; 28:26, 31). Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was, 1 Kor. 13:11. De mensen zijn opdat zij vreugde zullen hebben, 2 Ne. 2:25. De natuurlijke mens is een vijand van God, Mos. 3:19. Wat voor mannen behoort gij te zijn? 3 Ne. 27:27. Niet het werk van God wordt verijdeld, maar het werk van de mensen, LV 3:3. U moet de mens niet meer vrezen dan God, LV 3:7 ( LV 30:11; 122:9). Alle dingen zijn geschapen voor het welzijn en het gebruik van de mens, LV 59:18. Nu weet ik dat de mens niets is, Moz. 1:10. Gods werk en heerlijkheid is de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen, Moz. 1:39.
De mens, een geestkind van onze hemelse Vader: Zij wierpen zich op hun aangezicht en zeiden: O God, God der geesten van alle levende schepselen, Num. 16:22 (Num. 27:16). Gij zijt kinderen van de Heer, uw God, Deut. 14:1. Gij zijt goden, ja, allen zonen van de Allerhoogste, Ps. 82:6. Gij zijt kinderen van de levende God, Hos. 1:10. Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Mal. 2:10. Wij zijn van Gods geslacht, Hand. 17:29. Die Geest getuigt dat wij kinderen van God zijn, Rom. 8:16. Onderwerp u aan de Vader der geesten, Hebr. 12:9. De geest van ieder mens wordt huiswaarts gevoerd naar die God die hem het leven heeft geschonken, Alma 40:11. De bewoners van de werelden zijn door God gewonnen zonen en dochters, LV 76:24. De mens was in het begin bij de Vader, LV 93:23, 29. God schiep alle mensenkinderen geestelijk eer ze op de aardbodem waren, Moz. 3:5–7. Ik ben God; Ik heb de wereld gemaakt en de mensen, eer zij in het vlees waren, Moz. 6:51.
De mens, zijn potentieel om als zijn hemelse Vader te worden: Wees volmaakt, zoals uw hemelse Vader, Matt. 5:48 ( 3 Ne. 12:48). Is er niet geschreven in uw wet: Gij zijt goden? Joh. 10:34 ( LV 76:58). Wij zijn erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus, Rom. 8:17. Gij zijt zonen; en indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam van God door Christus, Gal. 4:7. Als Hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem gelijk wezen, 1 Joh. 3:2. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, Op. 3:21. Hun heb Ik gegeven de zonen van God te worden, 3 Ne. 9:17. Wie het celestiale koninkrijk beërven, zijn goden, namelijk de zonen van God, LV 76:50, 58. Dan zullen zij goden zijn, omdat zij alle macht bezitten, LV 132:20.
|