De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Lichaam
Het sterfelijke, fysieke geheel van vlees en beenderen dat naar Gods beeld is geschapen en gecombineerd wordt met een geest om een levend mens te vormen. Het fysieke lichaam van alle mensen zal bij de opstanding voor eeuwig met hun geest worden herenigd. In de Schriften wordt de samenvoeging ‘lichaam en geest’ soms de ziel genoemd (LV 88:15; Moz. 3:7, 9, 19; Abr. 5:7).
De Here God formeerde de mens van stof uit de aardbodem, Gen. 2:7 (Moz. 3:7). Betast Mij en zie dat een geest geen vlees en beenderen heeft, Luc. 24:39. Ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, 1 Kor. 9:27. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam, 1 Kor. 15:44. Het lichaam zonder de geest is dood, Jak. 2:26. Het sterfelijke lichaam wordt opgewekt tot een onsterfelijk lichaam, Alma 11:43–45. Ieder lichaamsdeel zal tot zichzelf worden hersteld, Alma 41:2. Jezus toonde de Nephieten zijn herrezen lichaam, 3 Ne. 10:18–19; 11:13–15. De Vader bezit een lichaam van vlees en beenderen dat even tastbaar is als dat van de mens; de Zoon eveneens, LV 130:22. God schiep de man en de vrouw naar het beeld van zijn eigen lichaam, Moz. 6:9 (Gen. 9:6).