Zij die het evangelie van Jezus Christus hebben aangenomen.
Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste,
Matt. 18:1–4. Geloof in het licht, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn,
Joh. 12:36. Leg de natuurlijke mens af en word als een kind,
Mos. 3:19;
27:25–26. Wegens het verbond zult gij de kinderen van Christus worden genoemd,
Mos. 5:7. Wanneer gij al het goede aangrijpt, zult gij zeker een kind van Christus zijn,
Mro. 7:19. Allen die Mij aanvaardden, gaf Ik macht om mijn zonen te worden,
LV 39:4. Vreest niet, kinderkens, want u bent de mijnen,
LV 50:40–41. Gij zijt één in Mij, een zoon van God,
Moz. 6:68.