Kinderen zijn een erfdeel van de Heer,
Ps. 127:3–5. Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg,
Spr. 22:6. Laat de kinderen geworden en verhinder ze niet tot Mij te komen,
Matt. 19:14. Wees uw ouders gehoorzaam,
Ef. 6:1–3 (Kol. 3:20). Zonder de val zouden Adam en Eva geen kinderen hebben gekregen,
2 Ne. 2:22–23. Leer kinderen in de wegen van waarheid en ernst te wandelen,
Mos. 4:14–15. Kleine kinderen hebben het eeuwige leven,
Mos. 15:25. Jezus nam de kleinen en zegende hen,
3 Ne. 17:21. Al uw kinderen zullen leerlingen des Heren zijn; en de vrede van uw kinderen zal groot zijn,
3 Ne. 22:13 (Jes. 54:13). Kleine kinderen hebben geen bekering of doop nodig,
Mro. 8:8–24. Kleine kinderen zijn vanaf de grondlegging der wereld door mijn Eniggeborene verlost,
LV 29:46–47. Ouders moeten hun kinderen de beginselen en de praktijk van het evangelie bijbrengen,
LV 68:25, 27–28. Kleine kinderen zijn heilig dankzij de verzoening van Christus,
LV 74:7. Ouders geboden hun kinderen in licht en waarheid groot te brengen,
LV 93:40. Kinderen die sterven eer ze de jaren van verantwoordelijkheid bereikt hebben, worden behouden in het celestiale koninkrijk,
LV 137:10.