Wanneer de Heer een persoon of een groep mensen uitkiest, roept Hij ze gewoonlijk ook om te dienen.
Kies dan heden wie gij dienen zult,
Jozua 24:15 (
Alma 30:8;
Moz. 6:33). Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen,
Joh. 15:16. God heeft de dwaze dingen van de wereld uitverkoren om de wijzen te beschamen,
1 Kor. 1:27. Hij heeft ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld,
Ef. 1:4. Wij zijn vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen of gevangenschap en dood,
2 Ne. 2:27. Edelen en groten zijn in het begin uitgekozen,
LV 138:55–56. Israël werd door God uitverkoren,
Moz. 1:26. Abraham werd gekozen eer hij geboren was,
Abr. 3:23.