De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Kerk, tekenen van de ware
Leringen en werken van een kerk waaruit blijkt dat die Gods goedkeuring wegdraagt en het middel is dat de Heer heeft verschaft waardoor zijn kinderen al zijn zegeningen kunnen verkrijgen. Tekenen van de ware kerk zijn onder andere:
Een juist begrip van de Godheid: God schiep de mens naar zijn eigen beeld, Gen. 1:26–27. De Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, Ex. 33:11. Het eeuwige leven is God de Vader en Jezus Christus kennen, Joh. 17:3. De Vader en de Zoon bezitten een lichaam van vlees en beenderen, LV 130:22–23. De Vader en de Zoon zijn aan Joseph Smith verschenen, GJS 1:15–20. Wij geloven in God, de eeuwige Vader, Art. 1:1.
Fundamentele beginselen en verordeningen: Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, Joh. 3:3–5. Bekeer u en eenieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, Hand. 2:38. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest, Hand. 8:14–17. Gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus, Gal. 3:26–27. Bekeer u, en laat u dopen in de naam van mijn geliefde Zoon, 2 Ne. 31:11–21. Zij die geloofden, lieten zich dopen en ontvingen de Heilige Geest door handoplegging, LV 76:50–53. Het juiste priesterschap is nodig om te dopen en de gave van de Heilige Geest te bedienen, GJS 1:70–72. De fundamentele beginselen en verordeningen aangegeven, Art. 1:4.
Openbaring: Zonder openbaring gaan de mensen verloren, Spr. 29:18. De Heer openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten, Amos 3:7. De kerk is gebouwd op de rots van openbaring, Matt. 16:17–18 (LV 33:13). Wee hem die zegt dat de Heer niet meer door openbaring werkt, 3 Ne. 29:6. Openbaringen en geboden komen alleen door hem die daarvoor is aangewezen, LV 43:2–7. Wij geloven alles wat God heeft geopenbaard, Art. 1:9.
Profeten: De kerk is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, Ef. 2:19–20. Apostelen en profeten zijn onmisbaar voor de kerk, Ef. 4:11–16. Joseph Smith geroepen als ziener, profeet en apostel, LV 21:1–3. Wij geloven in profeten, Art. 1:6.
Gezag: Jezus gaf zijn discipelen macht en gezag, Luc. 9:1–2 (Joh. 15:16). Nephi, de zoon van Helaman, had groot gezag van God, Hel. 11:18 (3 Ne. 7:17). De profeet zal de geboden voor de kerk ontvangen, LV 21:4–5. Niemand mag het evangelie prediken of de kerk opbouwen zonder te zijn geordend door iemand die het gezag daartoe bezit, LV 42:11. De ouderlingen moeten het evangelie prediken en daarbij handelen met gezag, LV 68:8. Wie het evangelie prediken of de verordeningen daarvan voor God bedienen, moeten van Godswege worden geroepen door hen die daartoe het gezag bezitten, Art. 1:5.
Te verwachten aanvullende Schriftuur: Het hout van Juda en het hout van Jozef zullen worden samengevoegd, Ez. 37:15–20. Het tevoorschijn komen van Schriftuur in de laatste dagen voorspeld, 1 Ne. 13:38–41. Wij geloven dat God nog vele heerlijke en belangrijke dingen zal openbaren, Art. 1:9.
Kerkorganisatie: De kerk gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, Ef. 2:19–20. Apostelen en profeten onmisbaar voor de kerk, Ef. 4:11–16. Christus is het hoofd van de kerk, Ef. 5:23. Christus’ kerk moet zijn naam dragen, 3 Ne. 27:8. Wij geloven in dezelfde organisatie die in de vroegchristelijke kerk voorkwam, Art. 1:6.
Zendingswerk: Ga dan heen, maak al de volken tot mijn discipelen, Matt. 28:19–20. Zeventig geroepen om het evangelie te prediken, Luc. 10:1. Zij verlangden dat ieder schepsel het heil zou worden verkondigd, Mos. 28:3. De ouderlingen moeten twee aan twee uitgaan en het evangelie prediken, LV 42:6. Het evangelie moet tot ieder schepsel worden gepredikt, LV 58:64.
Geestelijke gaven: Zij begonnen met andere tongen te spreken, Hand. 2:4. De ouderlingen moeten de zieken genezen, Jak. 5:14. Verloochen de gaven van God niet, Mro. 10:8. Opsomming van de geestelijke gaven, LV 46:13–26 (1 Kor. 12:1–11; Mro. 10:9–18).
Tempels: Ik zal met hen een verbond sluiten en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen, Ez. 37:26–27. De Heer zal plotseling tot zijn tempel komen, Mal. 3:1. Nephi bouwde een tempel, 2 Ne. 5:16. De heiligen gekastijd omdat zij het huis van de Heer niet hadden gebouwd, LV 95 (LV 88:119). Het volk van de Heer bouwt altijd tempels voor de verrichting van heilige verordeningen, LV 124:37–44. Tempels bouwen en verordeningen verrichten vormen een onderdeel van het grootse werk van de laatste dagen, LV 138:53–54.