De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Jakob, zoon van Isaak
Zie ook Esau; Isaak; Israël
Een aartsvader en profeet uit het Oude Testament; de jongste van de twee zonen, een tweeling, van Isaak en Rebekka (Gen. 25:19–26). Jakob verkreeg het eerstgeboorterecht in plaats van zijn broeder Esau, wat het gevolg was van Jakobs rechtvaardigheid en het feit dat hij binnen het verbond trouwde, terwijl Esau zijn eerstgeboorterecht verachtte en buiten het verbond trouwde (Gen. 25:30–34; 26:34–35; 27; 28:6–9; Hebr. 12:16).
Rebekka verneemt van de Heer dat Esau dienstbaar zal zijn aan Jakob, Gen. 25:23. Koopt het eerstgeboorterecht van Esau, Gen. 25:29–34. Droomt van de ladder die tot aan de hemel reikt, Gen. 28. Trouwt met Lea en Rachel, Gen. 29:1–30. Krijgt twaalf zonen en één dochter, Gen. 29:31–30:24; 35:16–20. Trouwt met Bilha en Zilpa, Gen. 30:3–4, 9. Zijn naam veranderd in Israël, Gen. 32:28. Ziet God van aangezicht tot aangezicht, Gen. 32:30. Heeft Jozef lief boven de anderen, Gen. 37:3. Gaat met zijn gezin naar Egypte, Gen. 46:1–7. Zegent zijn zonen en hun nageslacht, Gen. 49. Sterft, Gen. 49:33. Heeft de geboden bewaard, is zijn verhoging ingegaan en is gezeten op een troon in de hemel, samen met Abraham en Isaak, LV 132:37.