Het lagere priesterschap (Hebr. 7:11–12;
LV 107:13–14). De ambten daarvan zijn: bisschop, priester, leraar en diaken (
LV 84:30;
107:10, 14–15, 87–88). Vroeger, onder de wet van Mozes, waren er hogepriesters, priesters en Levieten. Het Aäronisch priesterschap is aan Mozes geopenbaard omdat het oude Israël tegen God was opgestaan. Zij wilden zich niet laten heiligen en weigerden het Melchizedeks priesterschap en de verordeningen daarvan te ontvangen (
LV 84:23–25). Het Aäronisch priesterschap gaat over de stoffelijke en uiterlijke verordeningen van de wet en het evangelie (1 Kron. 23:27–32;
LV 84:26–27;
107:20). Het omvat de sleutels van engelenbediening, van het evangelie van bekering, en van de doop (
LV 13). Het Aäronisch priesterschap is in deze bedeling op 15 mei 1829 op aarde teruggebracht. Johannes de Doper verleent het aan Joseph Smith en Oliver Cowdery aan de oever van de Susquehanna bij Harmony (Pennsylvania) (
LV 13;
GJS 1:68–73).
En hij zal het verbond bezitten van een altoosdurend priesterschap,
Num. 25:13. De Heer zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren,
Mal. 3:3 (
3 Ne. 24:3). Niemand mag zichzelf die waardigheid aanmatigen,
Hebr. 5:4. Volmaking is niet mogelijk onder het Levitisch priesterschap,
Hebr. 7:11. Dit priesterschap zal nooit van de aarde worden weggenomen, totdat de zonen van Levi een offerande brengen,
LV 13:1. Joseph Smith en Oliver Cowdery worden geordend tot het Aäronisch priesterschap,
LV 27:8. Het lagere priesterschap omvat de sleutel van engelenbediening,
LV 84:26 (
LV 13:1). Er zijn twee priesterschappen, namelijk het Melchizedeks en het Aäronisch,
LV 107:1. Het tweede priesterschap heet het priesterschap van Aäron,
LV 107:13.