De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Arm, armen
In de Schriften kan de armen betekenen (1) mensen wie het ontbreekt aan stoffelijke zaken zoals voedsel, kleding en onderdak, of (2) mensen die nederig zijn en gespeend van hoogmoed.
Arm aan stoffelijke zaken: Gij zult uw hand niet gesloten houden voor uw arme broeder, Deut. 15:7. Over de trots van de goddeloze is de ellendige ontstoken, Ps. 10:2. Wie de arme geeft, zal geen gebrek lijden, Spr. 28:27. Breng de arme zwerveling in uw huis, Jes. 58:6–7. Als gij volmaakt wilt zijn, geef dan uw bezit aan de armen, Matt. 19:21 (Marc. 10:21; Luc. 18:22). Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren? Jak. 2:5. Omdat zij rijk zijn, verachten zij de armen, 2 Ne. 9:30. Deel mee van uw bezit aan de armen om vergeving van uw zonden te behouden, Mos. 4:26. Zij deelden mee van hun bezit aan de armen, Alma 1:27. Indien gij de behoeftigen wegzendt, is uw gebed tevergeefs, Alma 34:28. De Nephieten hadden alle dingen onder hen gemeenschappelijk; zodoende waren er geen armen en rijken, 4 Ne. 1:3. Gij zult aan de armen denken, LV 42:30 (LV 52:40). Wee de armen wier hart niet gebroken is, LV 56:17–18. De armen zullen naar de bruiloft van het Lam komen, LV 58:6–11. De bisschop moet de armen vinden, LV 84:112. De zorg voor de armen vindt plaats volgens de wet van het evangelie, LV 104:17–18. Er waren geen armen onder hen, Moz. 7:18.
Arm van geest: Wie zich verootmoedigen zonder daartoe wegens armoede gedwongen te zijn, zijn méér gezegend, Alma 32:4–6, 12–16. Gezegend de armen van geest die tot Mij komen, 3 Ne. 12:3 (Matt. 5:3). De armen en zachtmoedigen zullen het evangelie gepredikt krijgen, LV 35:15.