|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Aarde
De planeet waarop wij wonen, door God geschapen door middel van Jezus Christus, bestemd voor het gebruik door de mens gedurende zijn sterfelijke proeftijd. Haar uiteindelijke bestemming is verheerlijking en verhoging ( LV 77:1–2; 130:8–9). De aarde zal het eeuwige erfgoed worden van hen die zo hebben geleefd dat zij een celestiale heerlijkheid waardig zijn ( LV 88:14–26). Zij zullen de tegenwoordigheid van de Vader en de Zoon genieten ( LV 76:62).
Geschapen voor de mens: God heeft de mens heerschappij over de aarde gegeven, Gen. 1:28 ( Moz. 2:28). De aarde behoort de Heer toe, Ex. 9:29 (Ps. 24:1). De Heer heeft de aarde aan de mensenkinderen gegeven, Ps. 115:16. Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen, Jes. 45:12. Door de kracht van zijn woord is de mens op aarde gekomen, Jakob 4:9. De aarde wordt gegeven aan hen die de Heilige Geest tot hun gids hebben genomen, LV 45:56–58 ( LV 103:7). Wie gehoorzaam zijn geweest aan het evangelie, ontvangen als loon het goede der aarde, LV 59:3. De armen en de zachtmoedigen van de aarde zullen haar beërven, LV 88:17 (Matt. 5:5; 3 Ne. 12:5). Wij zullen een aarde maken, en wij zullen hen beproeven, Abr. 3:24–25.
Een levend organisme: De aarde blijft altoos staan, Pred. 1:4. De glazen zee is de aarde in haar geheiligde, onsterfelijke en eeuwige staat, LV 77:1. De aarde moet worden geheiligd en op de celestiale heerlijkheid voorbereid, LV 88:18–19. De aarde treurde hoorbaar, Moz. 7:48.
Verdeling der aarde: Dat de wateren op één plaats samenvloeien, Gen. 1:9. In de dagen van Peleg werd de aarde verdeeld, Gen. 10:25. Toen de wateren waren weggevloeid, werd het een verkieslijk land, Ether 13:2. De aarde zal zijn zoals ze was voordat ze werd verdeeld, LV 133:24.
Reiniging der aarde: Het regende veertig dagen op de aarde, Gen. 7:4. De aarde is ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel, 2 Pet. 3:7. Want na het heden komt de verbranding, LV 64:24. De aarde wil gezuiverd worden van het vuil, Moz. 7:48.
Uiteindelijke staat der aarde: De aarde zal als een boekrol worden opgerold en voorbijgaan, 3 Ne. 26:3 ( LV 29:23). Er zullen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, Ether 13:9 ( LV 29:23). De glazen zee is de aarde in haar geheiligde, onsterfelijke en eeuwige staat, LV 77:1. De aarde moet worden geheiligd en op de celestiale heerlijkheid voorbereid, LV 88:18–19. Deze aarde zal gelijk een kristal worden gemaakt en een Urim en Tummim zijn, LV 130:8–9. De aarde zal duizend jaar rusten, Moz. 7:64. De aarde zal worden vernieuwd, Art. 1:10.
|