De eerste mens die op aarde is geschapen.
Adam is de vader en patriarch van de mensheid op aarde. Zijn overtreding in de hof van Eden (Gen. 3;
LV 29:40–42;
Moz. 4) veroorzaakte dat hij ‘viel’ en sterfelijk werd, een stap die noodzakelijk was voor de vooruitgang van de mensheid op deze aarde (
2 Ne. 2:14–29;
Alma 12:21–26). Om deze reden verdienen Adam en Eva eer voor hun aandeel in het mogelijk maken van onze eeuwige groei. Adam is de oude van dagen en staat tevens bekend als Michaël (Dan. 7;
LV 27:11;
107:53–54; 116;
138:38). Hij is de aartsengel en zal terugkeren naar de aarde als de patriarch van de mensheid, voorafgaand aan de wederkomst van Jezus Christus (
LV 29:26).
God schept de mens naar zijn eigen beeld,
Gen. 1:26–28 (
Moz. 2:26–28;
Abr. 4:26–28). God geeft de mens heerschappij over alles en gebiedt hem talrijk te worden en de aarde te vervullen,
Gen. 1:28–31 (
Moz. 2:28–31;
Abr. 4:28–31). God plaatst Adam en Eva in de hof van Eden en verbiedt hun te eten van de boom der kennis van goed en kwaad,
Gen. 2:7–9, 15–17 (
Moz. 3:7–9, 15–17;
Abr. 5:7–13). Adam geeft ieder levend wezen een naam,
Gen. 2:19–20 (
Moz. 3:19–20;
Abr. 5:20–21). Adam en Eva door God in de echt verbonden,
Gen. 2:18–25 (
Moz. 3:18–25;
Abr. 5:14–21). Adam en Eva, door Satan verleid, eten van de verboden vrucht en worden uit de hof van Eden verdreven,
Gen. 3 (
Moz. 4). Adam sterft in de leeftijd van 930 jaar,
Gen. 5:5 (
Moz. 6:12). Adam was de eerste mens,
LV 84:16. Voor zijn dood heeft Adam zijn rechtvaardige nakomelingen in Adam-ondi-Ahman bijeengeroepen en hen gezegend,
LV 107:53–57. Adam brengt offers,
Moz. 5:4–8. Adam wordt gedoopt, ontvangt de Heilige Geest en wordt geordend tot het priesterschap,
Moz. 6:51–68.