Liefde en eerbied voor God koesteren, Hem toegewijd zijn en Hem dienen (
LV 20:19). Aanbidding omvat bidden, vasten, werken in de kerk, deelname aan evangelieverordeningen, en andere praktijken die blijk geven van toewijding aan God en liefde voor Hem.
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben,
Ex. 20:3 (Ex. 32:1–8, 19–35; Ps. 81:9). Aanbidt de Vader in geest en in waarheid,
Joh. 4:23. Aanbidt Hem die de hemel en de aarde gemaakt heeft,
Op. 14:7 (
LV 133:38–39). Aanbidt Hem met geheel uw macht, verstand en kracht,
2 Ne. 25:29. Zij geloofden in Christus en aanbaden de Vader in zijn naam,
Jakob 4:5. Zenos leerde de mensen dat zij overal moeten bidden en aanbidden,
Alma 33:3–11. Aanbidt God in geest en waarheid, waar gij u ook bevindt,
Alma 34:38. Zij vielen aan de voeten van Jezus neer en aanbaden Hem,
3 Ne. 11:17. Alle mensen moeten zich bekeren, geloven in Jezus Christus, en de Vader in zijn naam aanbidden,
LV 20:29. Ik geef u deze woorden, opdat u zult kunnen begrijpen en weten hoe te aanbidden, en weten wat u aanbidt,
LV 93:19. Ik wil alleen deze ene God aanbidden,
Moz. 1:12–20. Wij eisen het goed recht de almachtige God te vereren,
Art. 1:11.