Een zoon van Terach, geboren in Ur der Chaldeeën (Gen. 11:26, 31; 17:5). Een profeet van de Heer met wie Hij eeuwige verbonden gesloten heeft, waardoor alle volken van de aarde gezegend zijn. Abraham heette eerst Abram.
Trekt weg naar Haran, waar Terach sterft,
Gen. 11:31–32 (
Abr. 2:1–5). Wordt door God geroepen om naar Kanaän te reizen en een goddelijk verbond te ontvangen,
Gen. 12:1–8 (
Abr. 2:4, 15–17). Reist naar Egypte,
Gen. 12:9–20 (
Abr. 2:21–25). Vestigt zich in Hebron,
Gen. 13:18. Redt Lot,
Gen. 14:1–16. Heeft een ontmoeting met Melchizedek,
Gen. 14:18–20. Hagar baart zijn zoon Ismaël,
Gen. 16:15–16. Zijn naam wordt veranderd in Abraham,
Gen. 17:5. De Heer vertelt Abraham en Sara dat zij een zoon zullen krijgen,
Gen. 17:15–22; 18:1–14. Sara baart zijn zoon Isaak,
Gen. 21:2–3. Wordt geboden Isaak te offeren,
Gen. 22:1–18. Dood en begrafenis van Sara,
Gen. 23:1–2, 19. Dood en begrafenis van Abraham,
Gen. 25:8–10. Abrahams bereidheid om Isaak te offeren is een zinnebeeld van God en zijn eniggeboren Zoon,
Jakob 4:5. Betaalde tiende aan Melchizedek,
Alma 13:15. Voorzag en getuigde van Christus’ komst,
Hel. 8:16–17. Ontving het priesterschap van Melchizedek,
LV 84:14. De getrouwen worden het nageslacht van Abraham,
LV 84:33–34 (Gal. 3:27–29). Ontving alles door openbaring,
LV 132:29. Is zijn verhoging ingegaan,
LV 132:29. Streeft naar de zegeningen van de vaderen en naar ordening tot het priesterschap,
Abr. 1:1–4. Wordt vervolgd door de valse priesters van Chaldea,
Abr. 1:5–15. Wordt gered door de Heer,
Abr. 1:16–20. Verkrijgt kennis van de zon, maan en sterren,
Abr. 3:1–14. Verkrijgt kennis van het vooraardse leven en de schepping,
Abr. 3:22–28.
In hoofdstuk 1 worden Abrahams ervaringen in Ur der Chaldeeën vermeld, waar goddeloze priesters een poging doen hem te offeren. In hoofdstuk 2 wordt zijn reis naar Kanaän beschreven. De Heer verschijnt aan hem en sluit verbonden met hem. In hoofdstuk 3 staat dat Abraham het heelal aanschouwt en tot het begrip komt van het verband tussen de hemellichamen. De hoofdstukken 4 en 5 zijn een beschrijving van de schepping.