De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ETHER
HOOFDSTUK 2
  8 En Hij had de broeder van Jared in zijn verbolgenheid gezworen dat allen die dit land van belofte zouden bezitten, vanaf die tijd en voor altijd, Hem, de ware en enige God, moesten adienen; anders zouden zij worden bweggevaagd wanneer de volheid van zijn verbolgenheid over hen kwam.

Voetnoten
8a
Ether 13:2.
  2 Want zie, zij verwierpen alle woorden van Ether; want hij vertelde hun waarlijk van alle dingen vanaf het begin van de mens en dat, toen de wateren van het oppervlak van dit land waren aweggevloeid, het een land werd dat boven alle andere landen verkieslijk was, een door de Heer uitverkoren land; daarom wilde de Heer dat alle mensen die op het oppervlak daarvan wonen, Hem bdienen;
b
Jarom 1:3, 10.
  3 Zie, het is noodzakelijk dat er veel onder dit volk wordt gedaan wegens de verstoktheid van hun hart en de doofheid van hun oren en de blindheid van hun verstand en de astarheid van hun hals; niettemin is God buitengewoon barmhartig jegens hen en heeft hen nog niet van het oppervlak van het land bweggevaagd.
Alma 37:28.
  28 Want zie, er rust een avervloeking op dit gehele land, dat door de kracht Gods al die bewerkers van duisternis door vernietiging getroffen zullen worden wanneer zij geheel rijp zijn; welnu, ik wil dat dit volk niet wordt vernietigd.
Ether 9:20.
  20 En aldus stortte de Heer zijn zegeningen uit op dit land, dat boven alle andere landen averkieslijk was; en Hij gebood dat allen die het land zouden bezitten, het in de Heer moesten bezitten; anders zouden zij bvernietigd worden wanneer zij in ongerechtigheid waren gerijpt; want op dezulken, zegt de Heer, zal Ik de volheid van mijn verbolgenheid uitstorten.