De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ETHER
HOOFDSTUK 14
  1 En nu begon er wegens de ongerechtigheid van het volk over het gehele land een grote avervloeking te komen, die inhield dat wanneer iemand zijn gereedschap of zijn zwaard op zijn plank legde, of op de plaats waar hij het wilde bewaren, zie, hij het de volgende ochtend niet kon vinden, zo groot was de vervloeking op het land.

Voetnoten
1a
Hel. 12:18.
  18 En zie, als iemand een schat in de aarde averbergt, en de Heer zegt: Laat die bvervloekt zijn wegens de ongerechtigheid van degene die hem verborgen heeft, zie, dan zal hij vervloekt zijn.
Hel. 13:17–23.
  17 En zie, er zal een avervloeking over het land komen, zegt de Heer der heerscharen, wegens het volk dat zich in het land bevindt, ja, wegens hun goddeloosheid en hun gruwelen.
Mrm. 1:17–18.
  17 Maar ik bleef onder hen, hoewel het mij was verboden tot hen te prediken vanwege de verstoktheid van hun hart; en vanwege de verstoktheid van hun hart werd het land wegens hen avervloekt.
Mrm. 2:10–14.
  10 En het geschiedde dat de Nephieten zich van hun ongerechtigheid begonnen te bekeren en het begonnen uit te schreeuwen, zoals door de profeet Samuël was geprofeteerd; want zie, niemand kon behouden wat van hem was, wegens de dieven en de rovers en de moordenaars en de toverkunsten en de hekserij die in het land waren.