HET BOEK ETHER
HOOFDSTUK 12
38
En nu zeg ik, Moroni, de andere volken vaarwel, ja, en ook mijn broeders, die ik liefheb, totdat wij elkaar ontmoeten voor de arechterstoel van Christus, waar alle mensen zullen weten dat mijn niet met uw bloed zijn bevlekt.
Voetnoten
|