De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ETHER
HOOFDSTUK 1
  42 En wanneer gij dat hebt gedaan, zult gij aaan het hoofd van hen afdalen naar het dal dat in het noorden ligt. En daar zal Ik u ontmoeten, en Ik zal voor u buitgaan naar een land dat cverkieslijk is boven alle landen der aarde.

Voetnoten
42a
1 Ne. 2:1–2.
  1 Want zie, het geschiedde dat de Heer tot mijn vader sprak, ja, in een droom, en tot hem zeide: Gezegend zijt gij, Lehi, wegens de dingen die gij hebt gedaan; en zie, omdat gij getrouw zijt geweest en dit volk de dingen hebt bekendgemaakt die Ik u heb geboden, astaan zij u naar het leven.
Abr. 2:3.
  3 De Heer nu had tot mij agezegd: Abraham, ga weg uit uw land en weg van uw verwanten en uit uw vaders huis, naar een land dat Ik u wijzen zal.
b
LV 84:88.
  88 En wie u aontvangt, daar zal Ik eveneens zijn, want Ik zal voor uw aangezicht uit gaan. Ik zal aan uw rechter- en aan uw linkerhand zijn, en mijn Geest zal in uw hart zijn, en mijn bengelen zullen rondom u zijn om u te schragen.
c
1 Ne. 13:30.
  30 Niettemin ziet gij dat de andere volken die uit gevangenschap zijn gekomen, en door de macht Gods boven alle andere natiën zijn verhoogd op het oppervlak van het land dat boven alle andere landen verkieslijk is — dat het land is waarover de Here God Zich heeft verbonden jegens uw vader dat zijn nageslacht het als zijn aerfland zou hebben — daarom ziet gij dat de Here God niet zal toestaan dat de andere volken het bmengsel van uw nageslacht, dat zich onder uw broeders bevindt, volkomen zullen vernietigen.