De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ENOS
  9 Nu geschiedde het, toen ik deze woorden had gehoord, dat er een averlangen bij mij opkwam naar het welzijn van mijn broeders, de Nephieten; daarom bstortte ik mijn gehele ziel voor God uit om hunnentwil.

Voetnoten
9a
1 Ne. 8:12.
  12 En toen ik van de vrucht daarvan nam, vervulde zij mijn ziel met een buitengewoon grote avreugde; daarom begon ik ernaar te bverlangen dat mijn gezin er ook van zou nemen; want ik wist dat ze cboven alle andere vruchten begerenswaardig was.
Alma 36:24.
  24 Ja, en vanaf die tijd tot zelfs nu toe heb ik onophoudelijk gearbeid om zielen tot bekering te brengen; om hen ertoe te brengen de buitengewone vreugde te asmaken die ik heb gesmaakt, opdat ook zij uit God zouden worden geboren en met de Heilige Geest worden bvervuld.
b
2 Ne. 33:3.
  3 Maar ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb geschreven, en ik acht het van grote awaarde, en in het bijzonder voor mijn volk. Want des daags bbid ik onophoudelijk voor hen, en des nachts bevochtigen mijn ogen mijn kussen wegens hen; en ik roep mijn God in geloof aan, en ik weet dat Hij mijn smeekbede zal horen.
WvM. 1:8.
  8 En mijn agebed tot God betreft mijn broeders, dat zij opnieuw tot de kennis van God, ja, van de verlossing door Christus zullen komen; dat zij opnieuw een baangenaam volk zullen zijn.
Alma 34:26–27.
  26 Maar dat is niet alles; gij moet uw ziel uitstorten in uw abinnenkamer, en op uw verborgen plaatsen en in uw wildernis.