De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ENOS
  27 En ik ga weldra naar de plaats van mijn arust, die bij mijn Verlosser is; want ik weet dat ik in Hem zal rusten. En ik verheug mij op de dag dat mijn bsterfelijk lichaam consterfelijkheid zal aandoen en voor Hem zal staan; dan zal ik zijn aangezicht met welbehagen aanschouwen, en Hij zal tot mij zeggen: Kom tot Mij, gij gezegende, er is een plaats voor u bereid in de dwoningen van mijn Vader. Amen.

Voetnoten
27a
b
c
d
Joh. 14:2–3.
Ether 12:32–34.
  32 En ik herinner mij ook dat Gij hebt gezegd een huis voor de mens te hebben bereid, ja, onder de awoningen van uw Vader, waarop de mens een voortreffelijker bhoop mag hebben; daarom moet de mens hopen, anders kan hij geen erfdeel ontvangen op de plaats die Gij hebt bereid.
LV 72:4.
  4 Want wie in tijd getrouw en awijs is, wordt geacht waardig te zijn om de bwoningen te beërven die door mijn Vader voor hem zijn bereid.
LV 98:18.
  18 Laat uw hart niet verontrust zijn, want er zijn avele woningen in het huis van mijn Vader, en Ik heb een plaats voor u bereid; en waar mijn Vader en Ik zijn, daar zult ook gij zijn.