HET BOEK ENOS
27
En ik ga weldra naar de plaats van mijn arust, die bij mijn Verlosser is; want ik weet dat ik in Hem zal rusten. En ik verheug mij op de dag dat mijn bsterfelijk lichaam consterfelijkheid zal aandoen en voor Hem zal staan; dan zal ik zijn aangezicht met welbehagen aanschouwen, en Hij zal tot mij zeggen: Kom tot Mij, gij gezegende, er is een plaats voor u bereid in de van mijn Vader. Amen.
Voetnoten
|