De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ENOS
  13 En nu, zie, dit was het verlangen dat ik van Hem verlangde: dat als mijn volk, de Nephieten, tot overtreding verviel en op enigerlei wijze werd avernietigd, en de Lamanieten niet werden vernietigd, dat de Here God een kroniek van mijn volk, de Nephieten, zou bbewaren, zo nodig zelfs door de kracht van zijn heilige arm, opdat deze te eniger tijd in de toekomst voor de Lamanieten ctevoorschijn zou worden gebracht, zodat zij misschien tot het dheil zouden worden gebracht —

Voetnoten
13a
Mrm. 6:1, 6.
  1 En nu voltooi ik mijn kroniek over de avernietiging van mijn volk, de Nephieten. En het geschiedde dat wij voor de Lamanieten uit opmarcheerden.
b
WvM. 1:6–11.
  6 Maar zie, ik zal deze platen nemen, die deze profetieën en openbaringen bevatten, en ze bij de rest van mijn kroniek voegen, want ze zijn mij kostbaar; en ik weet dat ze mijn broeders kostbaar zullen zijn.
Alma 37:2.
  2 en ook gebied ik u een kroniek van dit volk bij te houden, zoals ik heb gedaan op de platen van Nephi, en al die dingen die ik heb bewaard heilig te houden, zoals ik ze heilig heb gehouden; want het is met een awijs doel dat ze worden bewaard.
c
Alma 37:19.
  19 En nu, zie, één doel heeft Hij bereikt, en wel het herstel van avele duizenden Lamanieten tot de kennis der waarheid; en Hij heeft zijn kracht in hen getoond, en Hij zal zijn kracht in hen ook nog tonen aan btoekomstige geslachten; daarom zullen zij bewaard blijven.
Ether 12:22.
  22 En het is door geloof dat mijn vaderen de abelofte verkregen dat deze dingen door middel van de andere volken tot hun broeders zouden komen; daarom heeft de Heer mij aldus geboden, ja, namelijk Jezus Christus.
LV 3:18.
  18 en dat agetuigenis zal ter kennis komen van de bLamanieten en de Lemuëlieten en de Ismaëlieten, die in ongeloof zijn cverkommerd wegens de ongerechtigheid van hun vaderen, van wie de Heer geduld heeft dat zij hun broeders, de Nephieten, dvernietigden wegens hun ongerechtigheden en hun gruwelen.
d
Alma 9:17.
  17 En eens zullen zij ertoe worden agebracht in zijn woord te geloven en de onjuistheid van de overleveringen van hun vaderen in te zien; en velen van hen zullen worden gered, want de Heer zal barmhartig zijn jegens allen die zijn naam baanroepen.