De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 97
  15 En voor zoverre mijn volk een huis voor Mij bouwt in de naam des Heren, en niet duldt dat er iets aonreins binnengaat, zodat het niet verontreinigd wordt, zal mijn bheerlijkheid erop rusten;

Voetnoten
15a
LV 94:9.
  9 Maar als er iets aonreins binnenkomt, zal mijn heerlijkheid er niet zijn; en mijn tegenwoordigheid zal er niet binnenkomen.
LV 109:20–21.
  20 en dat niets aonreins zal worden toegestaan uw huis binnen te komen om het te bezoedelen;
b
Hag. 2:7.
LV 84:5.
  5 Want voorwaar, dit geslacht zal niet geheel voorbijgaan voordat er een huis zal zijn gebouwd voor de Heer, en er zal een wolk op rusten, welke wolk, ja, de aheerlijkheid des Heren zal zijn, die het huis vervullen zal.