De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 93
  33 Want de mens is ageest. De belementen zijn eeuwig, en geest en element, onscheidbaar verbonden, ontvangen een volheid van vreugde;

Voetnoten
33a
LV 77:2.
  2 Vraag: Wat moeten wij verstaan onder de vier dieren waarvan gesproken wordt in hetzelfde vers?
  Antwoord: Het zijn afiguurlijke uitdrukkingen die de openbaarder, Johannes, gebruikt ter beschrijving van de bhemel, het cparadijs Gods, het dgeluk van de mens, en van de dieren en van het kruipend gedierte en van de vogels van de lucht; hetgeen geestelijk is in de gelijkenis van hetgeen stoffelijk is; en hetgeen stoffelijk is in de gelijkenis van hetgeen geestelijk is; de egeest van de mens in de gelijkenis van zijn lichaam, zoals ook de geest van het fdier en van ieder ander schepsel dat God geschapen heeft.
Abr. 5:7–8.
  7 En de aGoden vormden de mens uit het bstof der aarde en namen zijn cgeest (dat wil zeggen, de geest van de mens) en brachten die in hem; en Zij bliezen de levensadem in zijn neusgaten en de mens werd een levende dziel.
b
LV 131:7–8.
  7 Er bestaat niet zoiets als onstoffelijke materie. Alle ageest is materie, maar ze is fijner of reiner, en kan alleen door breinere ogen onderscheiden worden;
LV 138:17.
  17 Hun sluimerende stof zou ahersteld worden tot zijn volmaakte gestalte, bbeen tot zijn been, en daarop de pezen en het vlees; de cgeest en het lichaam te worden herenigd om nimmermeer te worden gescheiden, opdat zij een volheid van dvreugde zouden kunnen ontvangen.