De
Leer en Verbonden
AFDELING 9
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Oliver Cowdery in april 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:37–38.) Oliver wordt gemaand om geduldig te zijn en aangespoord er voorlopig tevreden mee te zijn te schrijven wat de vertaler dicteert, in plaats van te proberen te vertalen.
1–6: er zullen nog andere eeuwenoude kronieken moeten worden vertaald; 7–14: het Boek van Mormon wordt vertaald door studie en door geestelijke bevestiging.
1
ZIE, Ik zeg u, mijn zoon: Omdat u niet hebt avertaald volgens hetgeen u van Mij verlangde, en wederom bent begonnen te bschrijven voor mijn dienstknecht Joseph Smith jr., daarom wil Ik dat gij doorgaat totdat u die kroniek, die Ik hem heb toevertrouwd, hebt voltooid.
2
En dan, zie, heb Ik nog aandere bkronieken waarvoor Ik u macht zal geven zodat u mag helpen vertalen.
3
Wees geduldig, mijn zoon, want het is wijsheid in mijn bestel, en het is niet raadzaam dat u op dit moment vertaalt.
4
Zie, het werk dat u geroepen bent te doen, is om te schrijven voor mijn dienstknecht Joseph.
5
En zie, het is doordat u niet bent doorgegaan zoals u was begonnen toen u ging vertalen, dat Ik u dat voorrecht heb ontnomen.
6
aMor niet, mijn zoon, want het is wijsheid in mijn bestel dat Ik aldus met u heb gehandeld.
7
Zie, u hebt het niet begrepen; u hebt verondersteld dat Ik het u zou geven, terwijl u niet verder dacht dan alleen Mij te vragen.
8
Maar zie, Ik zeg u dat u het in uw gedachten moet auitvorsen; daarna moet u Mij bvragen of het juist is, en indien het juist is, zal Ik uw cboezem in u doen dbranden; bijgevolg zult u evoelen dat het juist is.
9
Maar indien het niet juist is, zult u zulke gevoelens niet hebben, maar zult u een averdoving van gedachten hebben die u hetgeen verkeerd is zal doen vergeten; daarom kunt u hetgeen heilig is niet schrijven tenzij het u van Mij wordt gegeven.
10
Welnu, indien u dat had geweten, had u kunnen avertalen; het is echter niet raadzaam dat u nu vertaalt.
11
Zie, het was wél raadzaam toen u begon; maar u avreesde, en de tijd is voorbij, en nu is het niet raadzaam;
12
want ziet u niet dat Ik mijn dienstknecht aJoseph voldoende kracht heb gegeven waardoor het is goedgemaakt? En geen van u beiden heb Ik veroordeeld.
13
Doe hetgeen Ik u heb geboden, en u zult voorspoedig zijn. Wees getrouw, en zwicht voor geen enkele averzoeking.
14
Houd stand in het awerk waartoe Ik u heb bgeroepen, en geen haar van uw hoofd zal verloren gaan, en u zult ten laatsten dage worden cverhoogd. Amen.
|