De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 88
  62 En voorts, voorwaar, Ik zeg u, mijn avrienden: Ik laat u deze woorden om ze in uw hart te boverwegen, tezamen met dit gebod dat Ik u geef, dat gij Mij zult caanroepen terwijl Ik nabij ben —

Voetnoten
62a
LV 84:63.
  63 En zoals Ik tot mijn apostelen heb gezegd, zo zeg Ik ook tot u, want u bent mijn aapostelen, ja, Gods hogepriesters; gij zijt het die de Vader Mij heeft bgegeven; gij zijt mijn cvrienden;
LV 93:45.
  45 Voorwaar, Ik zeg tot mijn dienstknecht Joseph Smith jr., of met andere woorden, Ik zal u avrienden noemen, want u bent mijn vrienden, en gij zult een erfdeel hebben bij Mij —
b
c
Jes. 55:6.
Jak. 1:5.
LV 46:7.
  7 Maar het wordt u geboden in alle dingen God te avragen, die mildelijk geeft; en Ik wil dat gij in alle bheiligheid des harten doet wat de Geest tot u getuigt, en daarbij oprecht wandelt voor mijn aangezicht, de uitwerking van uw behoudenis cvoor ogen houdt en alle dingen onder gebed en ddankzegging doet, opdat gij niet door boze geesten of de leerstellingen van eduivels of de fgeboden van mensen zult worden gmisleid; want sommige zijn van mensen en andere van duivels.