De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 88
  35 Hetgeen een wet aschendt en zich niet aan de wet houdt, maar zichzelf tot wet wil worden, en in de zonde wil verblijven, en er geheel in verblijft, kan niet door de wet worden geheiligd, noch door bbarmhartigheid, cgerechtigheid, of het oordeel. Daarom moeten zij nog dvuil blijven.

Voetnoten
35a
b
c
d
Op. 22:11.
1 Ne. 15:33–35.
  33 Daarom, indien zij in hun goddeloosheid astierven, moesten ook zij worden bverworpen ten aanzien van de dingen die geestelijk zijn en op de gerechtigheid betrekking hebben; daarom moesten zij voor God worden gebracht om naar hun cwerken te worden dgeoordeeld; en indien hun werken vuilheid waren geweest, moesten zij zelf wel evuil zijn; en indien zij vuil waren, moest het wel zo zijn dat zij niet fin het koninkrijk Gods konden wonen; anders zou het koninkrijk Gods eveneens vuil zijn.
2 Ne. 9:16.
  16 En stellig, zowaar de Heer leeft, want de Here God heeft het gesproken, en het is zijn eeuwige awoord dat niet kan bvergaan, zullen zij die rechtvaardig zijn, nog steeds rechtvaardig zijn, en zij die cvuil zijn, zullen nog steeds dvuil zijn; welnu, zij die vuil zijn, zijn de eduivel en zijn engelen; en zij zullen heengaan in het feeuwigdurend vuur dat voor hen is bereid; en hun kwelling is als een gpoel van vuur en zwavel, waarvan de vlam voor eeuwig en altijd opstijgt en geen einde heeft.
Alma 7:21.
  21 En Hij woont niet in aonheilige tempels; noch kan vuilheid of iets wat onrein is in het koninkrijk Gods worden ontvangen; daarom zeg ik u, de tijd komt, ja, en het zal ten laatsten dage zijn, dat wie bvuil is in zijn vuilheid zal blijven.