De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 77
  2 Vraag: Wat moeten wij verstaan onder de vier dieren waarvan gesproken wordt in hetzelfde vers?
  Antwoord: Het zijn afiguurlijke uitdrukkingen die de openbaarder, Johannes, gebruikt ter beschrijving van de bhemel, het cparadijs Gods, het dgeluk van de mens, en van de dieren en van het kruipend gedierte en van de vogels van de lucht; hetgeen geestelijk is in de gelijkenis van hetgeen stoffelijk is; en hetgeen stoffelijk is in de gelijkenis van hetgeen geestelijk is; de egeest van de mens in de gelijkenis van zijn lichaam, zoals ook de geest van het fdier en van ieder ander schepsel dat God geschapen heeft.

Voetnoten
2a
b
c
d
e
Ether 3:15–16.
  15 En nooit heb Ik Mijzelf getoond aan de mens die Ik heb geschapen, want nooit heeft de mens in Mij ageloofd zoals gij. Ziet gij dat gij naar mijn bbeeld zijt geschapen? Ja, alle mensen zijn in het begin naar mijn beeld geschapen.
Abr. 5:7–8.
  7 En de aGoden vormden de mens uit het bstof der aarde en namen zijn cgeest (dat wil zeggen, de geest van de mens) en brachten die in hem; en Zij bliezen de levensadem in zijn neusgaten en de mens werd een levende dziel.
f
Moz. 3:19.
  19 En uit de grond formeerde Ik, de Here God, ieder dier van het veld en iedere vogel van de lucht; en gebood dat zij tot Adam zouden komen om te zien hoe hij ze noemen zou; en ook zij waren levende zielen; want Ik, God, blies hun de levensadem in en gebood dat hoe Adam elk levend wezen ook noemen zou, dat zijn naam zou zijn.