De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 76
  62 Dezen zullen in de ategenwoordigheid van God en zijn Christus bwonen voor eeuwig en altijd.

Voetnoten
62a
Ps. 15:1–3.
Ps. 24:3–4.
1 Ne. 15:33–34.
  33 Daarom, indien zij in hun goddeloosheid astierven, moesten ook zij worden bverworpen ten aanzien van de dingen die geestelijk zijn en op de gerechtigheid betrekking hebben; daarom moesten zij voor God worden gebracht om naar hun cwerken te worden dgeoordeeld; en indien hun werken vuilheid waren geweest, moesten zij zelf wel evuil zijn; en indien zij vuil waren, moest het wel zo zijn dat zij niet fin het koninkrijk Gods konden wonen; anders zou het koninkrijk Gods eveneens vuil zijn.
Moz. 6:57.
  57 Welnu, leer dit uw kinderen: dat alle mensen overal zich moeten abekeren, anders kunnen zij geenszins het koninkrijk Gods beërven, want niets wat bonrein is, kan daar wonen, of in zijn tegenwoordigheid cwonen; want dMens der Heiligheid is zijn naam, in de taal van Adam, en de naam van zijn Eniggeborene is de eZoon des Mensen, ja, Jezus Christus, een rechtvaardig frechter, die zal komen in het midden des tijds.
b
LV 130:7.
  7 maar zij wonen in de tegenwoordigheid van God, op een hemellichaam gelijk aeen zee van glas en bvuur, waar alle dingen voor hun heerlijkheid kenbaar zijn, het verleden, het heden en de toekomst, en voortdurend voor het aangezicht des Heren zijn.