De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 76
  24 dat door aHem en in Hem en uit Hem de bwerelden worden en werden geschapen, en dat de bewoners daarvan voor God gewonnen czonen en dochters zijn.

Voetnoten
24a
Hebr. 1:1–3.
3 Ne. 9:15.
  15 Zie, Ik ben Jezus Christus, de Zoon van God. Ik heb de hemelen ageschapen en de aarde en alle dingen die daarin zijn. Ik was vanaf het begin bij de Vader. bIk ben in de Vader en de Vader is in Mij; en in Mij heeft de Vader zijn naam verheerlijkt.
LV 14:9.
  9 Zie, Ik ben aJezus Christus, de bZoon van de clevende God, die de hemelen en de daarde heeft egeschapen, een flicht dat niet in de gduisternis kan worden verborgen;
LV 93:8–10.
  8 daarom, in het begin was het aWoord, want Hij was het Woord, ja, de bode van het heil —
b
Moz. 1:31–33.
  31 En zie, de heerlijkheid des Heren rustte op Mozes, zodat Mozes in de tegenwoordigheid van God stond en van aaangezicht tot aangezicht met Hem sprak. En de Here God zeide tot Mozes: Voor mijn eigen boogmerk heb Ik deze dingen gemaakt. Hier is wijsheid en zij blijft in Mij.
Moz. 7:30.
  30 En indien het mogelijk was dat de mens de stofdeeltjes der aarde kon tellen, ja, van miljoenen aaarden zoals deze, dan zou het nog geen begin zijn van het aantal van uw bscheppingen; en uw voorhang is nog steeds uitgespannen; en toch zijt Gij daar en uw boezem is daar; en ook zijt Gij rechtvaardig; Gij zijt barmhartig en liefderijk, voor eeuwig;
c
Hand. 17:28, 29.
Hebr. 12:9.