De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 64
  7 niettemin, hij heeft gezondigd; maar voorwaar, Ik zeg u: Ik, de Heer, avergeef de zonden van hen die hun zonden voor Mij bbelijden en vergeving vragen, en die niet gezondigd hebben tot de cdood.

Voetnoten
7a
b
Num. 5:6–7.
LV 19:20.
  20 Welnu, Ik gebied u wederom zich te bekeren, opdat Ik u niet verootmoedig met mijn almacht; en dat u uw zonden abelijdt, opdat u die straffen waarvan Ik heb gesproken en waarvan u in de minste, ja, in de geringste mate hebt geproefd toen Ik mijn Geest wegnam, niet zult ondergaan.
LV 58:43.
  43 Hierdoor zult gij weten of iemand zich van zijn zonden bekeert — zie, hij zal ze abelijden en ze bverzaken.
c
LV 76:31–37.
  31 Aldus zegt de Heer aangaande allen die mijn macht kennen, en daarvan deelgenoot zijn gemaakt, en zich door de macht van de duivel hebben laten aoverwinnen, en de waarheid verloochenen en mijn macht trotseren —