De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Leer en Verbonden
►
64
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 64
16 zij zonnen in hun hart op kwaad en Ik, de Heer, onthield hun mijn Geest. Zij
a
veroordeelden
als kwaad datgene waarin geen kwaad school; niettemin heb Ik mijn dienstknecht Isaac Morley vergeven.
Voetnoten
16
a
2 Ne. 15:20
.
20 Wee hun die het
a
kwade
goed noemen en het goede kwaad; die
b
duisternis
voorstellen als licht en licht als duisternis; die bitter doen doorgaan voor zoet en zoet voor bitter!
LV 121:16
.
16 Vervloekt zijn allen die de hiel opheffen tegen mijn
a
gezalfden
, zegt de Heer, en roepen dat zij hebben
b
gezondigd
wanneer zij niet voor mijn aangezicht hebben gezondigd, zegt de Heer, maar datgene hebben gedaan wat goed was in mijn ogen en wat Ik hun geboden had.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >