De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 64
  16 zij zonnen in hun hart op kwaad en Ik, de Heer, onthield hun mijn Geest. Zij averoordeelden als kwaad datgene waarin geen kwaad school; niettemin heb Ik mijn dienstknecht Isaac Morley vergeven.

Voetnoten
16a
2 Ne. 15:20.
  20 Wee hun die het akwade goed noemen en het goede kwaad; die bduisternis voorstellen als licht en licht als duisternis; die bitter doen doorgaan voor zoet en zoet voor bitter!
LV 121:16.
  16 Vervloekt zijn allen die de hiel opheffen tegen mijn agezalfden, zegt de Heer, en roepen dat zij hebben bgezondigd wanneer zij niet voor mijn aangezicht hebben gezondigd, zegt de Heer, maar datgene hebben gedaan wat goed was in mijn ogen en wat Ik hun geboden had.