De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 64
  10 Ik, de Heer, zal avergeven wie Ik vergeven wil, maar van u wordt het vereist alle mensen te bvergeven.

Voetnoten
10a
Ex. 33:19.
Alma 39:6.
  6 Want zie, indien gij de Heilige Geest averloochent wanneer Hij eenmaal woonplaats in u heeft gehad, en gij weet dat gij Hem verloochent, zie, dan is dat een bonvergeeflijke zonde; ja, en wie moordt tegen het licht en de kennis van God, voor hem is het niet gemakkelijk cvergeving te verkrijgen; ja, ik zeg u, mijn zoon, dat het voor hem niet gemakkelijk is om vergeving te verkrijgen.
LV 56:14.
  14 Zie, aldus zegt de Heer tot mijn volk: U hebt vele dingen te doen en om u van te bekeren; want zie, uw zonden zijn tot Mij opgestegen en zijn niet vergeven, omdat u zich op uw eigen wegen averlaat.
b
Mos. 26:29–31.
  29 Welnu, Ik zeg u, ga heen; en wie ook tegen Mij overtreedt, hem zult gij aberechten bnaar de zonden die hij heeft begaan; en als hij zijn zonden voor u en voor Mij cbelijdt en zich met een oprecht hart dbekeert, zult gij hem evergeven, en Ik zal hem ook vergeven.