De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 6
  16 ja, Ik zeg het u, opdat gij zult weten dat er buiten God niemand is die uw gedachten en de overleggingen van uw ahart bkent.

Voetnoten
16a
1 Kron. 28:9.
Matt. 12:25.
Hebr. 4:12.
Mos. 24:12.
  12 En Alma en zijn volk verhieven hun stem niet tot de Heer, hun God, maar astortten hun hart voor Hem uit; en Hij kende de gedachten van hun hart.
3 Ne. 28:6.
  6 En Hij zeide tot hen: Zie, Ik aken uw gedachten en gij hebt verlangd wat bJohannes, mijn geliefde, die bij Mij was tijdens mijn bediening voordat Ik door de Joden werd verhoogd, van Mij verlangde.
b
1 Kon. 8:39.