De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 56
  1 LUISTER, o gij volk dat mijn naam abelijdt, zegt de Heer, uw God; want zie, mijn toorn is ontbrand tegen de weerspannigen, en zij zullen mijn arm en mijn gramschap kennen, op de dag van bbezoeking en van verbolgenheid over de natiën.

Voetnoten
1a
LV 41:1.
  1 LUISTER en hoor, o gij mijn volk, zegt de Heer en uw God, gij die Ik met welbehagen azegen met de grootste aller zegeningen, gij die naar Mij luistert; en gij die niet naar Mij luistert, die mijn naam hebt bbeleden, zal Ik cvervloeken met de zwaarste aller vervloekingen.
b
Jes. 10:3–4.
Mrm. 9:2.
  2 Zie, zult gij geloven op de dag van uw bezoeking — zie, wanneer de Heer komt, ja, op die agrote dag waarop de baarde als een boekrol zal worden opgerold en de elementen door de gloeiende hitte zullen csmelten, ja, op die grote dag dat gij voor het Lam Gods wordt geleid — zult gij dan zeggen dat er geen God is?
LV 1:13–14.
  13 en de atoorn des Heren is ontbrand, en zijn bzwaard is in de hemel ontbloot en het zal op de bewoners der aarde vallen.
LV 124:10.
  10 Want de dag van mijn bezoeking komt spoedig, op een auur dat gij het niet verwacht; en waar zal er veiligheid voor mijn volk zijn en toevlucht voor hen die ervan overblijven?