De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 56
  17 Wee u, gij aarmen, wier hart niet gebroken is, wier geest niet verslagen is, en wier buik niet verzadigd is, en wier handen zich er niet van weerhouden zich aan andermans goederen te vergrijpen, wier ogen vol bhebzucht zijn en die niet met uw eigen handen wilt arbeiden!

Voetnoten
17a
Mos. 4:24–27.
  24 En voorts zeg ik tot de armen, gij die niet hebt, maar toch voldoende hebt om van dag tot dag in leven te blijven, ik bedoel gij allen die de bedelaar afwijzen omdat gij niet hebt, ik zou willen dat gij in uw hart zegt: Ik geef niet, omdat ik niet heb, maar indien ik wél had, zou ik ageven.
LV 42:42.
  42 Gij zult niet alui zijn; want wie lui is, zal van de arbeider noch het brood eten, noch de kleding dragen.
LV 68:30–32.
  30 En de inwoners van Zion zullen ook in alle getrouwheid hun arbeid indachtig zijn, voor zoverre zij zijn aangewezen om te arbeiden; want de luiaard zal voor het aangezicht des Heren in herinnering worden gebracht.
b