De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 5
  1 ZIE, Ik zeg u dat aangezien mijn dienstknecht aMartin Harris van Mij een getuigenis heeft verlangd dat u, mijn dienstknecht Joseph Smith jr., de bplaten hebt waarvan u hebt getuigd en bevestigd dat u ze van Mij hebt ontvangen;

Voetnoten
1a
LV 5:23–24.
  23 En nu, voorts spreek Ik tot u, mijn dienstknecht Joseph, aangaande de aman die het getuigenis verlangt —
GJS 1:61.
  61 De opwinding bleef echter voortduren en van het gerucht met zijn duizend tongen werd voortdurend gebruik gemaakt om leugens over het gezin van mijn vader en over mijzelf te verspreiden. Als ik een duizendste deel daarvan zou verhalen, zou het boekdelen vullen. De vervolging werd echter zo ondraaglijk, dat ik genoodzaakt was Manchester te verlaten en met mijn vrouw naar Susquehanna County in de staat Pennsylvania te gaan. Terwijl wij ons voor het vertrek gereedmaakten (arm als wij waren en onder een zo hevige vervolging, dat er geen kans was dat het ooit anders zou worden), vonden wij, te midden van onze nood, een vriend in de heer aMartin Harris, die naar ons toe kwam en mij vijftig dollar gaf als bijdrage aan onze reis. De heer Harris was een ingezetene van de plaats Palmyra in Wayne County, in de staat New York, en was een boer van aanzien.
b