De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 45
  29 maar zij aaanvaarden het niet; want zij merken het licht niet op en wenden hun bhart van Mij af wegens de cvoorschriften van de mens.

Voetnoten
29a
Joh. 1:5.
b
Matt. 15:8–9.
c
LV 3:6–8.
  6 En zie, hoe dikwijls hebt u de geboden en de wetten van God aovertreden en bleef u gehoor geven aan de boverredingen van mensen.
LV 46:7.
  7 Maar het wordt u geboden in alle dingen God te avragen, die mildelijk geeft; en Ik wil dat gij in alle bheiligheid des harten doet wat de Geest tot u getuigt, en daarbij oprecht wandelt voor mijn aangezicht, de uitwerking van uw behoudenis cvoor ogen houdt en alle dingen onder gebed en ddankzegging doet, opdat gij niet door boze geesten of de leerstellingen van eduivels of de fgeboden van mensen zult worden gmisleid; want sommige zijn van mensen en andere van duivels.
GJS 1:19.
  19 Ik kreeg het antwoord dat ik mij bij geen daarvan moest aansluiten, want ze hadden alle aongelijk; en de Persoon die mij aansprak, zei dat al hun geloofsbelijdenissen een gruwel in zijn ogen waren; dat die belijders allen verdorven waren: ‘Zij bnaderen Mij met hun lippen, maar hun chart is verre van Mij; zij verkondigen als leerstellingen dgeboden van mensen en hebben een eschijn van godsvrucht, maar verloochenen de kracht daarvan.’