De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 41
  1 LUISTER en hoor, o gij mijn volk, zegt de Heer en uw God, gij die Ik met welbehagen azegen met de grootste aller zegeningen, gij die naar Mij luistert; en gij die niet naar Mij luistert, die mijn naam hebt bbeleden, zal Ik cvervloeken met de zwaarste aller vervloekingen.

Voetnoten
1a
b
Deut. 11:26–28.
1 Ne. 2:23.
  23 Want zie, ten dage dat zij tegen Mij opstaan, zal Ik hen avervloeken, ja, met een zware vervloeking, en zij zullen geen macht over uw nakomelingen hebben, tenzij ook zij tegen Mij opstaan.
c
LV 56:1–4.
  1 LUISTER, o gij volk dat mijn naam abelijdt, zegt de Heer, uw God; want zie, mijn toorn is ontbrand tegen de weerspannigen, en zij zullen mijn arm en mijn gramschap kennen, op de dag van bbezoeking en van verbolgenheid over de natiën.
LV 112:24–26.
  24 Zie, awraak komt spoedig op de bewoners der aarde, een dag van verbolgenheid, een dag van verbranding, een dag van verwoesting, van bgeween, van getreur en van weeklagen; en als een wervelwind zal zij op het gehele oppervlak der aarde komen, zegt de Heer.