De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 38
  11 want alle avlees is verdorven voor mijn aangezicht; en de machten van bduisternis heersen op aarde onder de mensenkinderen, in de tegenwoordigheid van alle heerscharen des hemels —

Voetnoten
11a
Jes. 1:3–4.
LV 33:4.
  4 En mijn awijngaard is in alle opzichten bbedorven geworden; en er is niemand die cgoed doet, op enkelen na; en in vele gevallen ddwalen zij wegens epriesterlisten, omdat zij allen bedorven gedachten hebben.
b
Micha 3:6.
LV 112:23.
  23 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: aDuisternis bedekt de aarde, en dichte duisternis het verstand der mensen, en alle vlees is bverdorven geworden voor mijn aangezicht.
Moz. 7:61–62.
  61 en de dag zal komen dat de aarde zal arusten, maar vóór die dag zullen de hemelen bverduisterd worden en een csluier van duisternis zal de aarde bedekken; en de hemelen zullen beven, alsook de aarde; en er zullen grote verdrukkingen onder de mensenkinderen zijn, maar mijn volk zal Ik dbewaren;