De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 35
  4 Gij zijt gezegend, want gij zult grote dingen doen. Zie, gij waart uitgezonden, evenals aJohannes, om de weg voor Mij uit te bereiden, en voor bElia uit, die zou komen, en gij hebt het niet geweten.

Voetnoten
4a
Mal. 3:1.
Matt. 11:10.
1 Ne. 11:27.
  27 En ik keek en azag de Verlosser der wereld, van wie mijn vader had gesproken; en ik zag ook de bprofeet die de weg voor Hem uit zou bereiden. En het Lam Gods ging heen en werd door hem cgedoopt; en nadat Hij was gedoopt, zag ik de hemelen geopend, en de Heilige Geest uit de hemel neerdalen en op Hem rusten in de gedaante van een dduif.
LV 84:27–28.
  27 welk evangelie het evangelie is van abekering en van bdoop en cvergeving van zonden, en de dwet van de evleselijke geboden, die de Heer in zijn verbolgenheid liet voortbestaan in het huis van Aäron onder de kinderen Israëls tot aan fJohannes, die God had doen opstaan, gvervuld zijnde met de Heilige Geest van zijn moeders schoot af.
b
3 Ne. 25:5–6.
  5 Zie, Ik zend u de profeet aElia, voordat de grote en geduchte bdag des Heren komt;
LV 2:1.
  1 ZIE, Ik zal u het priesterschap openbaren, door de hand van de profeet aElia, voordat de bgrote en geduchte dag des Heren komt.
LV 110:13–15.
  13 Toen dit visioen zich had gesloten, werden wij overweldigd door nog een groot en heerlijk visioen; want de profeet aElia, die naar de hemel was bopgenomen zonder de dood te smaken, stond voor ons, en zeide: